Positief college over energietransitie. Hoewel..?

Na het college Energie, klimaatverandering en voeding van Pier Vellinga loop ik blij naar buiten. De energietransitie is onstuitbaar! Maar als ik mijn aantekeningen teruglees, is het niet allemaal mooi. Klimaatverandering is ook onstuitbaar. ‘Energie-, water- en voedselsystemen zien er in 2050 heel anders uit dan nu.’

Dat positieve gevoel na het college komt door het onderdeel over energie. Pier Vellinga is van huis uit kustwateringenieur, was directeur van het Nationale Klimaatprogramma bij VROM en werd uiteindelijk hoogleraar Klimaatverandering en maatschappelijke implicaties aan de VU en hoogleraar Aardsysteemkunde aan de Wageningen Universiteit. Het Yes we can van de ingenieur in Vellinga is duidelijk voelbaar als hij de contouren van een klimaatneutrale economie in 2050 schetst, zoals het klimaatakkoord van Parijs uit 2015 voorschrijft.

Winst uit wind
‘Klimaatbeleid is in feite economisch beleid. U weet vast nog dat premier Rutte zei: “Windmolens draaien op subsidie (verkiezingscampagne 2012, RL).” Nu maakt de staat winst op windmolens in zee. Sinds 2009 is de prijs van windenergie een factor drie gedaald. Die van zonne-energie zelfs een factor zeven, allebei kan het nu voor een prijs die goedkoper is dan kolenstroom en zelfs stroom uit gascentrales.’

Geen enkele vorm van duurzame energieopwekking kan concurreren met zon- en windenergie, ook niet biomassa of kernenergie. Jammer van al die investeringen in biomassa, dat bovendien lang niet zo duurzaam bleek als gehoopt. ‘De centrales die draaien op biomassa, en dat zijn er vele in ons land, en de miljarden euro’s subsidies die daarvoor beschikbaar worden gesteld, vormen nu  een belang. Dus blijven we er tegen beter weten in geld in stoppen, zoals het ook te lang gebeurde met kolencentrales.’ Wel zijn er buffers nodig om de energie op te slaan voor tijden met minder zon en wind: ‘De ontwikkeling daarvan heeft nu prioriteit. Denk aan waterstof en ammonia.’

Meestribbelende belanghebbers
Vellinga noemt het komen bovendrijven van wind- en zonne-energie met een economische term een nieuwe lock-in. Zon en wind zijn zo goedkoop geworden dat andere technologieën geen kans meer maken, ook al zijn ze misschien even goed. Waterstof of andere buffers zijn nodig om windstille en donkere perioden te overbruggen. ‘Volgens mij is het pleit beslecht, maar in de praktijk blijkt dat de bestaande industrie erg effectief is in het meestribbelen en remmen van verandering. Met als gevolg dat een forse klimaat-, natuur- en gezondheidsschade onvermijdelijk wordt.’

Het blije gevoel komt terug als Vellinga benadrukt dat ondanks al dat meestribbelen, prachtige term voor meepraten maar geen moer doen, de fossiele industrie het gaat verliezen. ‘Oké, in Nederland is nu nog maar 2,5 procent van de energie afkomstig uit zon en wind, maar het gaat hard. Nederland kan over tien jaar zelfvoorzienend zijn. In Kenia komt al 30 procent van de stroom uit wind en zonne-parken die zijn aangelegd met commerciële leningen.’

Goedkoper dan benzineauto
Als de opmars van de elektrische auto ook doorzet, is er nog veel meer wind- en zonnestroom nodig. Maar zelfs als je een auto op grijze stroom laat rijden, is hij volgens Vellinga al efficiënter dan een benzineauto. ‘Een elektrische motor is twee tot drie keer zo efficiënt als een benzinemotor. Ook vergt hij minder onderhoud, doordat er geen zuigertjes en andere kwetsbare onderdelen in zitten. Banken hebben berekend dat een auto op duurzame energie een factor zeven goedkoper is dan een benzineauto.’ In waterstofauto’s gelooft Vellinga niet: ‘Je moet waterstof maken uit elektriciteit en daarna weer omzetten in elektriciteit.’

Natuurlijk kent de elektrische auto problemen. De batterij bijvoorbeeld. ‘Maar die zijn op te lossen, we kunnen ze beter maken, goedkoper en recyclebaar. Het zijn benzinepomphouders die met dit soort tegenargumenten komen. In de praktijk worden de batterijen elk jaar goedkoper, sneller oplaadbaar en hun capaciteit groeit.’ Ter verhoging van de feestvreugde laat Vellinga een kleurige foto zien van een horde e-scooters in Taiwan. ‘We denken altijd dat ze in Azië alleen maar achterlopen met dit soort dingen, maar ze zijn verder dan wij.’

Terug naar voedsel
Maar goed, de collegereeks waarin Vellinga vandaag doceert, gaat eigenlijk over een duurzaam voedselsysteem. Dat is sterk verbonden met energie, want voedselproductie, verwerking, transport en consumptie zijn samen verantwoordelijk voor 20 tot 30 % van alle energieverbruik en broeikasgassen. Vellinga: ‘Een koe produceert ongeveer net zoveel broeikasgassen als een gemiddelde auto.’ En waar andere sectoren, zoals de industrie, hard aan het bezuinigen zijn op energieverbruik, gebeurt er in de landbouw niet zo veel.

Vellinga zet op een rij: ‘De productie van plantaardig eiwit brengt maar 25 procent van de hoeveelheid CO2 en landoppervlak met zich mee ten opzichte van de productie van dierlijk eiwit. En maar 2 tot 3 procent van het watergebruik.’ (Bij een broodje hamburger komt wel 2400 liter kijken, RL)

De enorme groei van de wereldbevolking en de toename van welvaart in de afgelopen honderd jaar is vooral mogelijk geworden door het gebruik van fossiele energie en door de revolutie in de landbouw. ‘Nu zien we dat door deze vorm van productie kritieke grenzen zijn overschreden en we zo niet verder kunnen gaan: klimaatverandering, te veel stikstof, verlies van biodiversiteit, vermindering bodemvruchtbaarheid, volksgezondheid… De schade neemt snel toe, ingrijpende maatregelen zijn nodig.’

Tovenaar en profeet
Vellinga schetst in de discussie hierover twee stromingen. Ten eerste die van de ‘tovenaar’: door technologie kunnen we de productie op bestaande landbouwgrond wereldwijd nog flink opvoeren. Ten tweede die van de ‘profeet’. Efficiency-verhoging is belangrijk, maar gaat ons niet redden, het moet radicaal anders: zonder kunstmest en zonder chemische bestrijdingsmiddelen en met voedingspatronen die voor 80 procent vegetarisch zijn. 

De economische gegevens op EU-niveau laten interessante ontwikkelingen zien op het gebied van de energietransitie en de voedseltransitie, vindt Vellinga. ‘Ook bij de voedseltransitie staan conventionele belanghebbers op de rem staan en zetten nieuwe ondernemers een verandering in gang op basis van technologische vernieuwing en verandering van consumentenvoorkeuren.’ Een forse klimaat-, natuur- en gezondheidsschade is in deze dynamiek onvermijdelijk, erkent Vellinga, die zijn verhaal zo graag positief zou houden.

Tot besluit zegt Vellinga: ‘Energie-, water- en voedselsystemen zijn sterk aan elkaar gekoppeld. In 2050 zien deze systemen er heel anders uit.’ Bijvoorbeeld de vleesprijs. Bij het verlaten van de zaal vertelt de klimaathoogleraar dat hij betrokken is bij TAPP Coalitie: True Animal Protein Price. De coalitie bepleit een prijsstijging van vlees en zuivel.

Heel veel klimaatweetjes

  • In de afgelopen honderd jaar steeg de temperatuur in Nederland met 2 graden Celsius, de wereld als geheel 1,2 graden. Verklaring: land warmt sneller op dan water en het noordelijk halfrond heeft veel land.
  • Het wordt op aarde nog 2 tot plaatselijk 7 graden warmer dan nu.
  • Er valt in Nederland jaarlijks 25 procent meer neerslag dan honderd jaar geleden. Zo’n 900 millimeter in plaats van 700 in 1910.
  • Het ergste wat Nederland met z’n dijken en goedgevulde portemonnee kan verwachten, behalve nooit meer een Elfstedentocht, is de politieke instabiliteit die klimaatverandering veroorzaakt. De oorlog in Syrië is deels door droogte veroorzaakt. En Spanjaarden houden het niet meer uit in hun warme land en willen naar het noorden.
  • Het KNMI maakt scenario’s op basis van aannames. Als we in Nederland meer oostenwind krijgen, wordt het warmer dan bij westenwind. Bij westenwind wordt het natter dan bij oostenwind.
  • De gemiddelde zeespiegel stijgt door drie oorzaken: warmer water zet uit en de temperatuur stijgt; landijs smelt en stroomt in zee; ijskappen op Groenland en Antarctica smelten − die laatste veel sneller dan verwacht.
  • De afgelopen twintig jaar steeg het zeeniveau wereldwijd vier millimeter per jaar. De laatste vijf jaar vijf millimeter per jaar. Onduidelijk of deze versnelling aanhoudt. Het jaar-gemiddeld waterniveau van de Noordzee fluctueert behoorlijk, onder meer door langetermijnvariaties in het aantal en de sterkte van lagedrukgebieden die passeren.
  • Zonder broeikasgassen in de atmosfeer (zoals CO2, water en methaan) zou de temperatuur aan het aardoppervlak gemiddeld min 18 graden Celsius zijn en zou leven op aarde zoals wij dat kennen niet mogelijk zijn. Die gassen houden als een deken zonnewarmte vast, zodat de temperatuur op het aardoppervlak gemiddeld 15 graden Celsius is.
  • De concentratie van broeikasgassen is de afgelopen honderd jaar flink gestegen, van zo’n 280 ppm tot ruim 400 ppm. De Club van Rome voorspelde dat in 1972 vrij goed, al werd de groep wetenschappers sterk bekritiseerd.
  • Kan de huidige opwarming ook komen door natuurlijke oorzaken? Het is aan alle kanten onderzocht: zonnewarmte, vulkanen, geologische geschiedenis, natuurkunde. Het antwoord is steeds: nee. Door het gebruik van fossiele brandstoffen en de daarmee opgetreden verhoging van het CO2-gehalte van de atmosfeer wordt de volgende ijstijd waarschijnlijk zo’n 40.000 jaar uitgesteld.
  • In Parijs spraken 186 landen in 2015 af: we nemen maatregelen om de menselijke invloed op de gemiddelde wereldtemperatuur te beperken tot 2 graden liefst 1,5 graad Celsius). Daartoe willen we naar een klimaatneutrale economie in 2050. Pier Vellinga denkt dat de temperatuur uiteindelijk drie graden stijgt. ‘Nog altijd minder erg dan 4 of 5 graden stijging.’
  • Effecten van klimaatverandering op akkerbouw in Nederland: langer groeiseizoen door de gemiddeld hogere jaartemperatuur; hogere groeisnelheid door de hogere CO2-concentratie. Er vallen meer en heftigere regen- en hagelbuien; en zijn meer en langere droogteperiodes en vaker een droog voorjaar. Minder (nacht)vorst, nieuwe plagen en plaagdieren en meer verzilting in de kustgebieden.

Als uitsmijter een superleuk zeespiegelfeit uit het college van Pier Vellinga: als je van Nederland naar Griekenland vaart, ga je honderd meter omhoog en weer naar beneden. De draaiende aarde verdeelt massa evenwichtig. Bij zwaar gesteente in de ondergrond heb je minder water erboven nodig om evenwicht te krijgen, en zouter water is zwaarder dan minder zout water. Dus bij even zwaar gesteente: hoe zouter het water, hoe lager de waterstand.

Dit artikel is onderdeel van mijn verslag van de HOVO-cursus Voeding naar draagkracht – hoezo dubbele bodems? Ik maak over elk college een artikel, omdat ik geïntrigeerd ben door het feit dat veel milieuproblemen samenhangen met ons voedselpatroon. Wilt u bij het begin beginnen, lees dan De echte oplossing van de stikstofcrisis.

Plaats een reactie