Van moeilijke eters tot vakantietips: boek voor dummies én kenners

In Jongleren met voeding krijgen onwetende ouders een gedegen opvoeding van VU-wetenschappers Jaap Seidell en Jutka Halberstadt. Maar ook als je al goed geïnformeerd bent, of denkt te zijn, is het een prikkelend boek. Let bijvoorbeeld goed op wat voor vakantie je boekt.

Jaap Seidell schokte me ooit met de opmerking dat maar één procent van de Nederlandse schoolkinderen de aanbevolen 120 gram groente per dag eet. Terwijl nergens ter wereld zo veel groente wordt  verbouwd als in Noord- en Zuid-Holland.

Bij dezelfde gelegenheid deelde de bekende hoogleraar voeding en gezondheid ook een truc om kinderen op tijd aan gezonde voeding te laten wennen. ‘Een baby van zes maanden eet alles wat zijn moeder hem geeft. Na een jaar, als hij gaat rondkruipen en lopen, krijgt hij neofobie en wil niets nieuws meer proeven. Evolutionair is het heel handig dat kinderen in die periode niet alles opeten wat ze vinden.’ Wijze les: wees op tijd met het aanwennen van goede gewoonten.

Peuters en tieners
Deze en veel meer praktische kennis staat nu in het nieuwe boek dat Seidell schreef met psycholoog en onderzoeker kinderobesitas Jutka Halberstadt. Ze beantwoorden heel overzichtelijk vragen over voeding, gedrag en gezondheid tijdens de zwangerschap, voor baby’s, peuters, schoolkinderen, tieners en volwassenen. Onmisbaar als je echt niet goed weet hoe het zit, maar ook interessant als je al behoorlijk goed op de hoogte bent. Of denkt dat je dat bent.

Hieronder een greep uit de informatie over kinderen. Die focus is nieuw ten opzichte van de boeken die de afdeling Gezondheidswetenschappen van de VU eerder uitbracht.

Moeilijke eters. Veel ouders kunnen ervan meepraten, om precies te zijn is één op de vijf kinderen tussen twee en vier jaar echt een lastige eter. Zie de tip hierboven om het voor te zijn, maar er is nog iets anders aan de hand. Ten eerste hebben kinderen even veel smaakpapillen op hun tong als volwassenen, maar hun tong is natuurlijk kleiner. Daardoor zijn smaken voor hen intenser. Zoet snoep is lekkerder, maar bittere witlof of andijvie kan een kwelling zijn. Helemaal voor zogeheten supertasters: kinderen die een bepaalde chemische stof proeven als heel bitter, terwijl anderen de stof niet waarnemen. Je kunt het eenvoudig testen met een papiertje met die stof erin: een PROP-test.

Kijk uit wat je met vakantie doet. Twee weken all inclusive doen het effect van alle gymlessen van een heel schooljaar teniet. Gezinnen die gaan wandelen in de bergen, komen afgetraind en fit terug op school en werk.

Rijstwafels. Er was voor het verschijnen van dit boek gedoe over, vanwege het giftige arsenicum in rijst. Experts hebben vastgesteld dat baby’s van één jaar met een gemiddeld gewicht veilig zo’n 20 gram rijst per dag kunnen eten. Zweedse en Duitse autoriteiten raden ouders af om rijstwafels te geven aan kinderen jonger dan zes jaar. Volgens Seidell en Halberstadt zouden we dat advies in Nederland moeten overnemen.

Zaterdag-snoep. Niet alleen vanwege overgewicht, maar ook vanwege tandbederf pleiten de auteurs voor ‘zaterdag-snoep’, een traditie uit Zweden. Alleen op zaterdag snoepen en een glaasje frisdrank op vrijdag. Ik opperde het bij mijn kinderen (7, 7 en 9) en ze reageerden niet eens onwelwillend. In eerste instantie. Binnen een minuut krabbelden ze al terug: ‘Dan doen we komkommer. Maar als we zín hebben mogen we ook snoep.’ In Zweden houden ze de traditie trouwens ook niet meer in ere: kinderen snoepen er zelfs meer dan waar ook ter wereld.

Zo kan ik lang doorgaan. Over dat veel kinderen te weinig drinken, excessief lijnende tieners, acné en voeding. Dat ook vaders tijdens de zwangerschap vijf kilo aankomen. Niet (alleen) omdat ze gezellig meedoen met extra eten, maar door hormonale veranderingen. Een echte aanrader, dit boek.

Jongleren met voeding. Kleine en grote vragen over een leven lang gezond eten  | Jaap Seidell en Jutka Halberstadt  | Uitgeverij Atlas Contact | april 2018 | Paperback | 298 pagina’s | €19,99

> Jaap Seidell en Jutka Halberstadt schreven eerder samen  de boeken Tegenwicht. Feiten en fabels over overgewicht (2011) en Het voedsellabyrint (2014). Ook schrijven ze regelmatig voor Het Parool over onderwerpen gerelateerd aan voeding, gedrag en gezondheid.

> Ook hun Gezondheidswetenschappen-collega’s Ingrid Steenhuis en Martijn Katan laten zich niet onbetuigd. Van hen verschenen onder meer de boeken Smartsize me (Steenhuis) en Voedingsmythes – Over valse hoop en nodeloze vrees (Katan).

> Concrete tips om je leefstijl succesvol te verbeteren geeft Ingrid Steenhuis in VU Magazine: Gezonder gaan leven? Pas op voor saboteurs.

Plaats een reactie